Tag: kasteel

Het geluid van haar stem

Het geluid van haar stem

Dag een

Ze kwamen in stilte naar het kasteel. Twee, een paar tientallen en uiteindelijk honderden. Ik stond samen met Joss op de kasteelmuur en telde ze. Ze liepen over het strand, kwamen strompelend tussen de bomen vandaan en een van de boogschutters beweerde dat er twee over het water kwamen aanlopen. Ze omsingelden de heuvel en stonden daar maar, wiegend in de wind.

Een van de Stemlozen keek me recht aan. Zelfs op deze afstand wist ik dat zeker. Ik streek mijn duim over mijn voorhoofd om onheil af te weren. Ik ken jou. Alsof de Stemloze naast me stond en in mijn oor fluisterde, zo duidelijk hoorde ik de stem in mijn hoofd. Ik herinner me jou.

Ik schudde wild met mijn hoofd. Nee, ze kende mij niet. Ze leek niet echt zoveel op mijn zuster, dat was gezichtsbedrog.

“Wat doe je?” vroeg Joss.

“Niets.” Mijn hart klopte niet in mijn keel. Mijn handen waren niet klam. “Een mug. Rotbeesten.” Ik wapperde rond om een punt te maken.

Ik lag wakker in mijn bed. De woorden echoden in mijn hoofd als een opgeluchte zucht. Ik miste het geluid van de stem van mijn zus. Het horen van deze stemloze was een schok die ik niet kwijt kon raken. Ik ken jou. Ik ken jou. Ik ken jou. Voor de lucht grijs kleurde stond ik op, sloeg een mantel om en liep naar de kasteelmuur. Een ongelukkige wachter schrok op toen hij mij aan hoorde komen.

“Vrouwe,” knikte hij en liet me begaan.

De lichamen van de Stemlozen staken af tegen het donker door een paarse gloed van binnenuit. Ze waren dood, allemaal, dus wat leefde er in hen dat zulk onnatuurlijk licht kon voortbrengen?

Zuster? Ik stelde mezelf voor hoe mijn stemgeluid over de muur, door de lucht, bij haar aan zou komen. Marnion? Geen antwoord. Natuurlijk niet. Waarom was ik hier gekomen? Was ik gek geworden? Misschien was ik dat het afgelopen jaar steeds geweest. Sinds de dag dat ze verongelukte. Het was niet mijn zus die daar stond, zei ik tegen mezelf. De Stemlozen betekenden niets dan onheil, een kwade magie of een straf van de goden. Het was niet mijn zus. Ik draaide weg van de duisternis om nog een poging tot slapen te gaan doen.

Zuster.

Mijn hart stond even stil. Ik reikte opnieuw naar haar. Marnion? Hoe kan ik helpen?

Dorst.

Dorst? Wat bedoelde Marnion? Waar konden doden dorst naar hebben? Ik zag een paar wachters om me heen verward om zich heen kijken, hun hoofd schudden. Alsof ze een stem hoorden die er niet kon zijn.

Dag drie

De hitte van de namiddag versterkte de zware geur van verrotting. We hadden naar binnen kunnen gaan om iets frissere lucht op te zoeken, maar we stonden al bijna de hele dag op de muur.

“De oudste Stemlozen zijn het minst erg, weet je?” vroeg Joss.

“Wat?”

“Nou, als er nog maar heel weinig over is van een lichaam, zoals die daar, dan is er ook niet zoveel dat stinkt.” De Stemloze waar hij naar wees miste een arm en een deel van zijn romp en zag er zwart en verschrompeld uit. Het lichaam daarnaast was opgezwollen en bleek en droeg nog duidelijk de tekenen van de zwangerschap waarbij ze waarschijnlijk omgekomen was. Sommigen grijnsden door lang vergane wangen. Sommigen droegen de sporen van hun dood nog mee in de vorm van gapende wonden of ouderdom. Daarbij waren er nog nieuwe verwondingen, toegebracht door de wachters. Pijlen staken uit hun lijven, maar dat leek hen niet te deren.

“Waarom noemen we ze Stemlozen?” vroeg ik.

Joss haalde zijn schouders op. “Omdat ze geen stem hebben, natuurlijk.”

“We hadden ze Pijnlozen kunnen noemen. Doden. Spraaklozen. Gloeienden. Langzamen.”

“We noemen ze Stemlozen. Wat maakt het uit?”

Mij maakte het uit. Iemand had deze naam bedacht. Wie? En waarom?

De kring van Stemlozen leek elke dag een stukje dichter bij het kasteel te staan. Dichter bij de poorten. Sommigen van ons hoorden de gezuchte woorden van een Stemloze, maar we spraken er niet over. Ik weet niet hoeveel anderen probeerden terug te praten, zoals ik deed. Wel zag ik velen met een duim over hun voorhoofd strijken.

Dag vier

“Wij weten niet wie jullie zijn of wat jullie willen. Hebben jullie een bericht voor ons?” Heer Sallem was hoogstpersoonlijk op de muur gekomen om de Stemlozen toe te spreken.

Stilte volgde op zijn woorden.

“Weet dan, als jullie mij kunnen begrijpen, dat ik geen geweld tegen mijn mensen tolereer. Weet dat wij zullen vechten als jullie proberen binnen deze muren te komen. Weet dat wij genoeg water, voedsel en wapens hebben om hier rustig te kunnen blijven zitten terwijl jullie… terwijl jullie wegrotten.”

Het was geen hoogdravende toespraak. Ook heer Sallem had de doden nooit eerder zien terugkomen. Later die dag maakten de Stemlozen ruimte vrij rondom de hoofdpoort en de kleine poort naar het strand. Als een erehaag stonden ze bij de ingang. Wachtend.

Dag zes

Op bevel van Sallem gaven de cipiers onze gevangenen een keuze: hun vrijheid terug als ze door de poort zouden lopen. Van de negen stemde één in.

Ik dacht dat ik flauw zou vallen met al die drukkende lichamen om mee heen op de volle muren. Joss probeerde me wat ruimte te geven, maar iedereen hing naar voren toen de poort opende. Een kiertje maar, met de sterkste soldaten erachter om snel in te kunnen grijpen. De gevangene schuifelde naar buiten. De Stemlozen bleven staan en keken naar de poort. Vier stappen voorbij de laatste Stemloze zette hij het op een rennen. Als hij het dorp verderop verteld heeft wat er hier speelde, hebben zij gekozen om niet te komen helpen.

Later meldden twee gevangenen zich aan en ook een oude vrouw die een ziek familielid wilde bezoeken.

Dag negen

Het hele kasteel leek langzaam een ingehouden adem te laten ontsnappen. Ik wende zelfs aan de stem. Dorst. Ik kan het niet zeggen. Ik ken jou. Zuster. Een deel van mij verlangde ernaar haar in mijn armen te sluiten, rottend vlees of niet. Dood of niet. Ze klonk als mijn zuster, ze zag eruit als mijn zuster. Hoe kon ik haar dan daar laten staan? Maar een ander deel kreeg kippenvel bij de gedachte. We hadden haar begraven.

Ik mis je, Marnion.

Zuster.

Ben je haar echt?

Ik ken jou.

Ik miste haar hoge lach, haar valse gezang en haar plagende rijmpjes. Niets van die dingen hoorde ik terug in het gefluister van de Stemloze die zoveel op mijn zus leek.

Dag elf

Alles went, de geur van rotting en ook elke ochtend vroeg op de muur staan.

Marnion. Waarom ben je hier?

Dorst. De enige verklaring die ze gaf. De Stemlozen lieten de neergelaten vaten water en fruit met rust. Ze reageerden niet op muziek, lieten hun handen langs hun lichaam hangen tijdens het heilige uur en hadden de vijf mensen die nu waren vertrokken laten gaan. Ze wachtten nog steeds.

Ineens trok er een golf van activiteit door de stille lichamen. Ze draaiden naar de zijpoort toe. Waar vader Paddick zijn hoofd door stak. Ik keek aan de andere kant van de muur. Er stonden geen wachters achter hem, niemand om de poort dicht te duwen. Aan de andere kant dromden de Stemlozen samen en duwden de poort verder open. Vader Paddick riep dat ze terug moesten, maar zijn schreeuw ging snel over in een hoge gil en daarna niets meer. Een wachter sloeg alarm en een groepje kwam lutteloze seconden later aanrennen. Maar het was al te laat. De Stemlozen stroomden door de poort en verspreidden zich over het plein. Ze openden of forceerden elke deur die ze tegenkwamen. Het was vast niet zijn bedoeling geweest, maar vader Paddock had de Stemlozen een weg naar binnen gegeven. Ze hoefden niet meer te wachten.

Ik zocht in de menigte mijn zuster en vond haar. Onze blikken ontmoetten elkaar en vanaf dat moment was het me duidelijk. Vader Paddick had een goede keuze gemaakt. We moesten de Stemlozen verwelkomen. Dit waren onze mensen, ze hoorden hier. Waar waren we toch bang voor geweest? Terwijl ik de trap afdaalde hoorde ik kreten om me heen. Van angst of van verrukking? Ik wist het niet meer. De meeste kreten duurden niet erg lang, dus het zou vast goed zijn. Het zou allemaal goed komen.

Aan de voet van de trap kwamen onze paden bij elkaar. Mijn zuster was bij me teruggekeerd. Mijn geliefde zuster hoefde ik niet langer te missen. Haar uitgestrekte armen waren de enige uitnodiging die ik nodig had en lachend stapte ik op haar af. We zouden samen door de straten lopen, ze zou weer vals zingen en ik zou voor haar zorgen.

Dorst.

Te laat drong het woord tot me door. Te laat zag ik dat haar armen niet om mijn lichaam heen vouwden, maar haar hand richting mijn mond ging. Ik kokhalsde van de geur van haar hand, maar kon de reflex niet afmaken want de Stemloze duwde haar hand mijn keel in. Zuster. Ik kreeg geen lucht en probeerde me terug te trekken, maar haar andere hand duwde tegen mijn achterhoofd. Mijn zuster was lieflijk geweest, grappig en dromerig, maar nooit sterk. Deze Stemloze had de kracht van een smid. Ze duwde en duwde tot ik dacht dat ik flauw zou vallen. En toen trok ze. Ze scheurde iets los uit mijn keel en haalde haar hand terug uit mijn mond. Ik wilde schreeuwen van pijn en woede, maar er kwam geen geluid uit mijn keel.

Ze bracht haar hand, waar iets kleins met een oranje gloed kronkelde, naar haar mond. Ze slikte. En kreunde.

“Ein… de… lijk,” sprak de Stemloze met het gezicht van mijn zuster en het geluid van mijn stem.

Prompt draaide ze zich om en vertrok. Ik stond als versteend in de stilte. Langs me heen liepen de Stemlozen de poort uit. Nee. Niet langer Stemloos. Ze misten nog steeds een goede huid, leven en ongetwijfeld meer. Maar ze verlieten dit kasteel met een stem.

Ik sta op de stille muur en kijk in de richting waar ze heen zijn gegaan. Zuster? Ik tast om me heen om haar aanwezigheid te voelen. Ik krijg geen antwoord.

Illustratie door Joris van Beusekom

Over De behulpzame buur:

Mevrouw kruiten heeft een rustige dag voor de boeg, tot ze ziet wat er in het huis van de overburen plaatsvindt. Ze besluit haar overbuurvrouw te helpen zo goed als ze kan, ondanks haar hoge leeftijd en pijnlijke enkel.

Literair Café Venray

Over In Dromen Gevangen:

In het huis aan de voet van de heuvel woont de weefster. ‘s Nachts weeft zij kleden voor haar dochters die niets te maken hebben met mode of verkoop. Samen bewaken ze een groot geheim, tegen een hoge prijs. Vele levens komen op het spel te staan als ze die prijs niet meer kunnen betalen.

Phoenix Books

Gebruikte foto’s van Unsplash.com

Engin Akyurt  Monster Johanna Jordan  Viool Joshua Freake  Alleen

Clever Visuals  Veer Andy Holmes  Kerstlichtjes Sarandy Westfall  Herinneringen

Wil je op de hoogte blijven van mijn verhalen? Schrijf je in voor de nieuwsbrief!

Ik stuur je ongeveer een keer in de maand een update.